Feiten over slotenmaker Glabbeek onthuld

Ik woon alleen en niemand heeft een reservesleutel, die ligt op deze plaats immers alsnog op tafel na ons verlof.

Waar de brouwerij ‘de Roskam’ bezit gestaan? Daaromtrent geeft de Beschrijvijving der Stadt Delft door Reynier Boitet uit 1729 vol­doende zekerheid. Daarin zeker komt een lijst voor aangaande brouwerijen en we ontdekken daarenboven een brouwerij ‘Een Roscam, staande op het Achterom’. Voorts, in aan­merking nemende dat deze in 1640 alreeds uitgebroken was, doch het ons verschillende, vroeger ‘De Slange’ ge­naamd en gelegen op dit Antieke Delft tegenover een Haverbrug of een gewezen Koornbeurs, haar naam ver­anderde en welke van „De Roskam’ aannam, meent hij het we een regio, daar waar Jan Steen tijdens ons lange cyclus met jaren woonde en werkte, niet ver meer behoeven te uitkijken.

Het deel over de Gasthuisstraat tot een Molstraat met een Koornmarkt behoorde tot het 9e kwartier. Soutendams wandeling begon hier bij brouwerij ‘Een Clauw’ op een hoek betreffende de toenmalige Gasthuissteeg, welke later in ons plateelbakkerij werd herschapen.

Antwoorden Dat zo’n schitterend initiatief ten gronde dreigt te kunnen via de benepenheid over verongelijkte ego-djes… Hetgeen een domheid teneinde ook niet te mogen inzien hetgeen beslist belangrijk is voor een plaats.

In dit bedrijvige Delft over de 17e eeuw schijnen de zenuwen met een bewoners minder prikkelbaar geweest te zijn dan thans (1882)

Ons daarvan bewoonde hij alleen, betreffende 4 haardsteden en twee eesten; het overige verhuurde hij met een ‘linde­lakencoopster’. Ons derde, op de hoek betreffende een Hippolytusbuurt, was tevens bestaan eigendom.

Verder woonde er een ‘brandewijnman’, tapper zullen we momenteel zeggen. Was dit Schiedammer nat toen reeds vertrouwd, dan zou deze stellig ‘geneverman’ geheten beschikken over, zoals men in die tijd ook sprak aan ons ‘speckman’ wanneer men ons slager bedoelde en de term ‘coolman’ gebruikte wegens hetgeen wij (in 1882)

Johannes tot patroon verkozen werd “ingeval ons bijzondere bruidegom der maagden zijnde”. In dit jaar 1379 werd de grote poort met 't Antieke slotenmaker Kasterlee Delft gebouwd en allemaal met muren afgesloten.

Behalve een brandewijnstoker woonde ons pasteibakker, die betreffende 2 ovens werkte. Aansluitend wederom een koekbakker, een 2e in die buurt. Verder alsnog een lakenbereider ofwel drapenier, welke een Delfse industrie uitoefende, waarvan de laatste sporen enig jaren geleden zijn verdwenen.

De weduwe woonde in een gedeelte met het antieke ‘Patershuys’. In datzelfde deel aangaande dit gewezen klooster had zichzelf ook een ‘Franchoyse predicant’ Pierre Moreau ‘om nyet’ gevestigd. Dit jaarlijkse traktement van die voorganger werden in 1600 met 150 gulden verhoogd.

Op een regio aangaande dit Boterhuis stonden in 1600 drie woningen. Het zesde huis, bewoond door Annetgen Vincenten (een dochter van Vincent), heette toentertijd reeds ‘Inde pellicaen’. Een gekroonde pelikaan prijkt nog boven de deur met een woning met een heer Van de Goorberg, (in 1882)

Vervolgens verwijlen we een ogenblik voor een gevelsteen in het huis betreffende Machtelt Aryens alvorens een Boterbrug te passeren. Op een gevelsteen betreffende het huis staat ons mythologisch gedrocht betreffende dit onderschrift  ‘Inden Draeck ‘ afgebeeld.

  waren toentertijd alsnog ver te uitkijken. De ‘nieuwmaeren’, direct de latere couranten eerst heetten, werden ook merendeels mondeling aan­gebracht door reizende boden, schippers en overige ambulante mensen. Hun onbevangen, via een politiek niet beneveld oordeel, placht de feiten eenvoudiger en juister op te vatten en verdere overeenkomstig hun ware toedracht ook te delen, vervolgens thans door een ‘gedrukte’ boden over dit nieuws vermag te geschieden, meteen men zich met het betreffende gisteren en heden slechts node vergenoegen kan.

Nader een gracht opwandelende, betreffende dit register mits trouwe gids, bespeuren we, dat er tevens een meester schilder woonde in ons der aanzienlijkste huizen van die buurt, dat in overeenstemming met bestaan eigenaar vier haardsteden bevatte. Bestaan naam was Michiel Jansz en de deftige burger, die te midden betreffende werklieden en winkeliers die huizinge bezat, was wie weet anders vervolgens de vermaarde ‘contrefeyter’ Mierevelt, wie het portretteren betreffende veel ‘groote Heeren ende Vorsten’ nauwelijks windeieren legde.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Feiten over slotenmaker Glabbeek onthuld”

Leave a Reply

Gravatar